Delfts Symphonie Orkest

Klassiek speelt bij DSO!

De Gesellen van Mahler

Een gezel is een begrip uit het middeleeuwse gildensysteem. Het is iemand die in zijn opleiding tot een beroep de basis onder de knie heeft, maar nog niet het niveau van het meesterschap heeft bereikt. Om de finesses van zijn vak te leren gaat de gezel achtereenvolgens bij verschillende meesters in de leer; hij trekt dus rond. De gezel – in sommige zeer ambachtelijke beroepen bestaat hij nog steeds – was doorgaans een jonge man, en in deze fase van zijn leven maakte hij vaak ook voor het eerst kennis met de liefde.

Gustav Mahler was ook een soort gezel in de jaren dat hij werkte aan zijn Lieder eines fahrenden Gesellen. Hij was langzaam maar zeker een carrière aan het opbouwen als dirigent van voornamelijk opera’s. Daarbij werkte hij telkens relatief korte periodes bij verschillende operahuizen, aanvankelijk in de provincie, maar geleidelijk aan bij theaters met steeds meer prestige. Uiteindelijk zou hij de hoogste positie bereiken die er in Oostenrijk-Hongarije op muzikaal gebied bestond: de keizerlijke hofopera in Wenen. Maar dat alles lag nog in de toekomst.  Mahler was een man van in de twintig, een romantisch aangelegde persoon, die regelmatig viel voor de charmes van een leuk zangeresje – zonder blijvend resultaat. Eén zo’n ongelukkig verlopen verliefdheid moet hem hebben geïnspireerd tot het schrijven van de Lieder eines fahrenden Gesellen. De dame in kwestie, waar we verder niet veel over weten, was de sopraan Johanna Richter, die hij in zijn tijd bij het operatheater van Kassel had ontmoet.

Mahler schreef de teksten van de liederen zelf, geïnspireerd door de gedichten van Des Knaben Wunderhorn, waarvan hij er later vele op muziek zou zetten. Maar een zeker zo belangrijke inspiratiebron was de grote liederencyclus van Franz Schubert, Die Winterreise, waarmee Mahler’s teksten een grote inhoudelijke overeenkomst vertonen; zelfs specifieke elementen zoals de lindenboom waaronder de hoofdpersoon eindelijk rust vindt zijn terug te vinden bij Schubert. Echter, waar Schubert de desolate geestesgesteldheid van zijn hoofdpersoon accentueert door hem door storm, regen en vorst te laten zwerven stuurt Mahler zijn alter ego in het voorjaar op pad. De schoonheid van de natuur contrasteert zodoende sterk met zijn innerlijk lijden.

Mocht u bekend zijn met de eerste symfonie van Mahler, dan zult u onmiddellijk horen dat de componist lange passages uit deze liederen heeft “gerecycled” in zijn symfonie. Met die symfonie, in première gegaan in 1889, bewees Mahler voor het eerst aan het grote publiek zijn meesterschap over de muzikale vorm waarmee zijn naam vooral verbonden is geraakt. Zijn jaren als rondtrekkende gezel waren voorbij.