Uit Delftsche Courant, december 2003, door Rien Frölich

DSO krijgt bravo's voor Vierde van Brahms

Eén voor één zette hij ze in het zonnetje: koper, hoorns, hobo's. fluiten, harpen. Maar ook de strijkers, de fagotten en het slagwerk mochten van dirigent Carl Brainich delen in het slotapplaus en bravo-geroep van het talrijk publiek, zaterdagavond in de Hofkerk.

Verdiend. De uitvoering van de Vierde symfonie van Brahms door het Delfts Symphonie Orkest deed, mede dank zij glanzende strijkers, volledig recht aan haar bijnaam 'de Elegische'. Het in alle geledingen voortreffelijk musicerende orkest speelde zelfverzekerd, fraai van klank, contemplatief  en rijk aan nuance. Eén brede, overtuigende stroom van muziek.

Al zag het daar even niet naar uit. Brainich nam de openingsmaten opmerkelijk langzaam. Toegegeven, er staat allegro non troppo (levendig, maar ook weer niet té) en tempo is meer dan wat ook een kwestie van interpretatie, van hartslag. Maar deze trage, wat hortende aanpak deed afbreuk aan een vloeiend-ademende beweging. Al snel echter werd de geest over Brainich vaardig en kon de muziek ongehinderd opbloeien. Haarkloven? Allerminst. Aandacht geven aan dit soort interpretatiedetails is het mooiste compliment dat je een amateurorkest kunt maken. Dat doe je alleen als je een orkest voor vol aanziet.

De Vierde symfonie maakt voor het DSO de Brahms-cirkel rond: eerder al gingen de andere drie. Wie de - overigens respectabele - uitvoering van de Derde onder leiding van Wim Roerade nog in het geheugen heeft kan daaraan afmeten welk een enorme ontwikkeling het orkest - met dank aan Carl Brainich - sindsdien heeft doorgemaakt.

In 2001 zong Dorothy Grandia bij het DSO 'Isolde's Liebestod', het slot van Wagners opera Tristan und Isolde. De daarmee opgedane ervaring leverde de uit Amerika afkomstige, in Nederland wonende zangeres de rol van Gerhilde op in Die Walküre, volgend jaar  bij de Nederlandse Opera (Grandia tot het orkest: "You make me famous!"). Zaterdagavond was zij opnieuw bij het DSO voor de uitvoering van de Wesendonk Lieder van Wagner, op teksten van diens grote, platonisch gebleven liefde Mathilde Wesendonk.Grandia is een Wagnersopraan pur sang. Met haar stralende stem en enorm dynamisch bereik kan zij het royaal opnemen tegen een fors spelend orkest. Desondanks is haar sterk tekstgebonden vertolking van deze vijf liederen van een grote innigheid en intimiteit. Met momenten van adembenemende schoonheid wist zij liederen als 'Der Engel', 'Schmerzen' en 'Träume' als het ware in de ziel te etsen. Carl Brainich, met het prachtig spelende orkest één en al toewijding, legde de solostem in een warm bad. Bijna volmaakt, die twee-eenheid.

Het DSO opende met het Ricercare van Hendrik Andriessen, Terecht aandacht vragend voor werk dat in de concertzaal ten onrechte wat in vergetelheid raakt (afgelopen week deed het Residentie Orkest de Vierde van Brahms, bij het Koninklijk Concertgebouw Orkest gingen de Wesendonk Lieder). De uitvoering, harmonieus, mooi rond van toon en met verfijnde strijkersklank, zette de toon voor dit concert. Helaas is de kille, ongezellige Hofkerk, met die nare, priemende halogeenlampen, geen passende entourage. Maar dat doet aan de prestatie niets af.