Uit Delftsche Courant, 22 januari 2001

Van Delfts Symphonie Orkest

Formidabele 'Negende' in de vrieskou

Oude kerk. Delfts Symphonie Orkest, koren en solisten. Negende Symphonie van Beethoven. Gehoord: zaterdagavond.

Door Rien Fröhlich

 

Sinds zaterdagavond is Delft als muziekstad een ervaring rijker. De negende symfonie van Beethoven met de indrukwekkende koorfinale 'An die Freude' is hier, als hij al ooit in Delft heeft geklonken, zeker nooit door een orkest en koor uit eigen stad uitgevoerd. Ook nu leek het voor amateurs een al te grote uitdaging.

Maar de negende van het Delfts symfonieorkest, die Delftsche Sangers, Helvoets vrouwenkoor en Voorne's mannenkoor in de prachtig ogende ruimte van de oude kerk werd een muzikale belevenis van de eerste orde.

Als een muzikaal apparaat van meer dan tweehonderd amateurs - zestig musici en honderdvijftig zangers - achthonderd bezoekers in een uitverkochte kerk ademloos aan de stoel weet te kluisteren - er klonk nauwelijks een kuchje - gaat er iets doe je heen dat elke beschrijving te boven gaat.

Beethovens symfonische zwanenzang draagt drie delen lang ook Beethovens wanhoop uit: toen hij de symfonie schreef was het volledig doof. Maar in het laatste deel, op een tekst uit Schillers ode 'An die Feude' is het Beethoven zelf -en niet Schiller, zoals Lukas Groen in zijn toelichting benadrukte - die de bas laat zingen: "Vrienden, niet deze tonen, laat ons aangenamere inzetten!".

Dat is het moment waarop de vreugde van het 'Alle Menschen werden Bruder' definitief losbarst.

Wanhoop en vreugde, klonken zaterdagavond ondanks de barre omstandigheden in hun volle omvang, diepte en hoogte. Musici en zangers lieten in een groots concert horen waaraan ze de afgelopen maanden met zoveel wanhoop en vreugde (want die waren er alle twee: op momenten zag men het niet meer zitten) keihard hebben gewerkt.

Hachelijk

Voor Carl Brainich, nog maar kort dirigent van het DSO, was deze 'Negende' zonder meer een waagstuk. Pas in januari kon hij beginnen, zijn stempel op het werk te drukken. In de periode ervoor werd het orkest gedirigeerd door Lukas Groen. Hij, de dirigent van de drie koren, vroeg het DSO voor deze 'Negende'.

Groen geloofde in de potentie van het orkest waarmee hij al eerder had gewerkt. Hij geloofde ook in hun publiek. In beide gevallen kreeg hij gelijk. Het publiek kwam massaal, ook in Brielle, waar hijzelf de uitvoering leidde, en accepteerde in Delft een koude tochtige kerk en plaatsen waar het zicht compleet nul was.

Brainich won het vertrouwen door iets rustiger tempi te kiezen. Dat er desondanks geen spoor van traagheid was, integendeel, doet hem vergelijken met een gigant als Otto Klemperer, wiens tempi ook bijna altijd langzaam, maar nooit traag waren.

Niettemin was deze 'Negende' met daaraan voorafgaand de Maria litanie KV 109 van Mozart een hachelijke onderneming. De generale, in een hevige galmende kerk waarin de temperatuur niet boven de vijf graden kwam, was weinig bemoedigend: vingers stijf van de kou, het orgeltje waarop Jan van Elst Mozart begeleidde door de kou totaal ontstemd.

Magisch

Zaterdagavond was het beter: iets minder koud en de galm door de honderden dikke jassen (men had erop gerekend) aardig gedempt. De dreun van de extra 'butagasblowers' was storend, maar de sfeer welwillend.

Zodra Brainich in die ambiance het gevoel had de zaak in de hand te hebben kwam hij los, gaf hij zich over aan de inhoud van de noten. Dat had een magische uitwerking: orkest en koor voegden zich naar zijn hand in prestaties die op menig moment professionals niet zouden hebben misstaan. Met fraaie soli van hobo en hoorn en een prachtige Freude-inzet van de celli was de intentie van de muziek er voortdurend.

De vier solisten, Bernadette Bouthoorn, Jose Scholte, René Slot en Martin Tzonev, voegden zich dankzij de 'aanloop' in Brielle zaterdagavond prachtig in het geheel. Beethoven vraagt zoveel van de stemmen dat zelfs de grootsten nog wel een struikelen. Met grote vocale en muzikale toewijding, ook in Mozart, toonden de solisten hun respect voor de uitvoering waaraan zij deel hadden. Schitterend!

Tijdens het hart en handen verwarmende slotapplaus omhelsden de beide dirigenten Lukas Groen en Carl Brainich elkaar innig. Terecht: deze Negende was hun gezamenlijke triomf. Al hadden ze die niet kunnen bereiken zonder de tomeloze inzet van alle uitvoerenden.