Uit Delftsche Courant, 19 januari 2003

DSO meesterlijk in Arlésienne Suites van Bizet

Hofkerk - Delfts Symphonie Orkest, dirigent Carl Brainich, solist Roeland Duijne, cello. Franck, Lalo en Bizet, gehoord: zaterdagavondHofkerk - Delfts Symphonie Orkest, dirigent Carl Brainich, solist Roeland Duijne, cello. Franck, Lalo en Bizet, gehoord: zaterdagavonddoor
Rien Frölich

 

Voor de beide Arlésienne Suites van Georges Bizet kreeg het Delfts Symphonie Orkest zaterdagavond voor het eerst de handen echt op elkaar. Geen wonder. De acht deeltjes waren het meest populaire deel van het programma en de uitvoering onder leiding van Carl Brainich was meesterlijk, rijk geschakeerd en meeslepend.

 

Als muziek zo natuurlijk stroomt vergeet je menigmaal met amateurs van doen te hebben. De fraaie altsaxofoon-solo van Jan Vaessen, de glans en sonoriteit van het mooi homogene strijkorkest van concertmeester Hanneke Mulder, de mooi ronde klank en betrouwbaarheid van de hoorngroep, de sublieme fluitsolo van Laurie Boltjes, die een uitstekende fluitgroep aanvoert, de suites uit L'Arlésienne bieden tal van mogelijkheden om solistische kwaliteiten aan het licht te brengen. Maar ook het orkest als geheel was in deze beide suites zo goed op dreef. dat je de neiging krijgt, professionele maatstaven aan te leggen.

 

Spontaniteit

Dat doet kennelijk ook Carl Brainich, die in 1999 aantrad als vaste dirigent. Probleem is dat het DSO een amateurorkest is en blijft, met de spontaniteit en de ambitie die daarbij hoort, maar ook met vanzelfsprekende beperkingen. Zoals bijna alle amateurorkesten worden de strijkers in fortissimo passages voor het hele orkest (de tutti) overstemd door de blazers. Mede daarom, maar ook om nog een paar andere redenen,  klinken die bij een fortissimo spelend DSO niet zo glanzend als bijvoorbeeld bij het Radio Filharmonisch. Wie zondag naar de Matinee op de Vrije Zaterdag pleegt te kijken en luisteren hoort in de programma inleiding van dat orkest subliem klinkende uitbarstingen. Het DSO programma zat vol van dat soort knallende orkest akkoorden (tijdens een hoornsolo nog aangevuld door een onbedoelde 'bekkenslag' van omgeschopte koffiekopjes...). Daarbij komt dat de Hofkerk als concertruimte ook zijn beperkingen heeft. Orkest-stoten, zoals zaterdagavond in Le chasseur maudit van César Franck en het Celloconcert van Edouard Lalo, worden dan al gauw tot rauwe schreeuwen die pijn doen, niet alleen aan de oren maar ook aan de ziel. Zeker als ze nog extra worden aangezet door een bezeten dirigent, die zijn orkest zonder enige reserve tot het uiterste opzweept en niet meer op de klank let.

 

Hoorns

Dat leverde weinig bijval op. Jammer, want de musici viel niets te verwijten. In tegendeel, ambitieus als ze zijn volgden ze hun dirigent op de voet. Ook hier trouwens professionele trekjes. Het is bepaald gewaagd om een concert te openen met een stuk dat begint met een inleiding door de solo hoorn(s). Maar voor het DSO is dat kennelijk geen enkel probleem.

Roeland Duijne speelde het Celloconcert van Lalo virtuoos, gaaf en muzikaal. Maar van  vervoering die je van deze muziek  met veel volksmuziek-elementen verwacht was veel minder sprake. Door de relatief kleine toon van zijn instrument werd de solopartij bovendien al te vaak verzwolgen door het orkest. Brainich lette - met succes - meer op goed samenspel dan op de balans tussen orkest en solist. Nee, dit concert moest het hebben van Bizet.