Uit Delftsche Courant, januari 2005, door Rien Frölich
Het was even beklemmend stil na de laatste noten van Tsjaikowski. Toen kwamen de bravo's. Het Delfts Symphonie Orkest heeft een nieuwe dirigent. Sinds augustus 2004 zwaait Peter Gaasterland er de scepter en het dirigeerstokje. Zaterdagavond maakte hij zijn debuut in de Hofkerk aan de Cort van der Lindenstraat. Met Weber, Saint-Saëns en Tsjaikowski. Ambitieus, zelfs voor een orkest dat met zijn voorgangers al een opmerkelijk niveau heeft bereikt. Een muzikale belevenis van de eerste orde. Is een orkest zo goed als zijn dirigent? Gaasterland bewijst het nog maar eens. Met de rust van iemand die zijn zaakjes kent en weet wat hij wil, de bevlogenheid van een gedreven muzikant en het charisma dat zijn orkest aan zijn lippen, ogen en handen doet hangen. Kwaliteit had het orkest altijd al in huis. Die hoefde alleen nog verder te worden aangewakkerd. Daarmee heeft Gaasterland inmiddels een begin mee gemaakt. Van zijn ensemble, dat zich onvoorwaardelijk en met grote toewijding aan zijn nieuwe leider overgaf, vroeg hij meteen maar het uiterste. Overdreven pathos is Gaasterland vreemd. Met beheerst en efficiënt gebaar zorgt hij in de Ouverture Der Freischütz van Weber, met een spannend strijkerscrescendo en die prachtige, vlekkeloos gespeelde passage voor de hoorns, al meteen voor dreiging en een feestelijke apotheose. De fabuleuze Chinese violiste Pei Pei Zhu - virtuoos, prachtige toon, briljante interpretatie, mooi samenspel met klarinet en hobo, fraai 'con sordino'-spel ook van de eerste violen! - geeft hij partij met een betrouwbare, gecultiveerde, Frans getinte en spatgelijke begeleiding, die haar alle vrijheid biedt voor haar stralende vertolking van het Derde vioolconcert van Saint-Saëns. In de magistrale uitvoering van de Zesde symfonie van Tsjaikowski, de Pathétique ("45 minuten ellende" volgens Jan Stulen, directieleraar van Gaasterland, die in de zaal zat), trekt hij grote spanningsbogen, waarin de muziek geen moment stil valt, ook niet in passages waarin hij de spanning laat wegvloeien. Om die even later weer in zijn volle omvang op te bouwen. In snelle tempi blijft de ritmische precisie en de aandacht voor detail. Klank en balans houdt Gaasterland, ook in het sterkste fortissimo, tot en met het imponerend-dramatisch slotdeel in de hand. Hier is een orkest aan het werk dat het woord amateur, zoals dat in de achttiende eeuw en daarvoor trouwens gebruikelijk was, als eretitel mag dragen. Met de dirigent die het verdient. Jan Stulen was vooral onder de indruk van de klank van het DS0. Inderdaad: dat geldt niet alleen voor het orkest als geheel, ook de individuele groepen: hoorns, fluiten en piccolo, soloklarinet en hobo (Saint-Saëns!), solofagot (Tsjaikowski), trompetten, trombones en de fraaie tuba, slagwerk - met paukenist Ton Luijendijk - en al die anderen die hier niet met name worden genoemd, munten uit door klankcultuur. Delft liet zich niet onbetuigd: er moesten stoelen bij. Voor wie het heeft gemist: zaterdag 12 februari gaat hetzelfde programma in Cultureel Centrum Koningshof in Maassluis, dan met violiste Rada Ovcharova, leerlinge van Jaring Walta. Tsjakowski wordt zaterdag 6 maart om 14.00 uur nogmaals uitgevoerd in het Lucent Danstheater in Den Haag, tijdens de Amateurdag van het Residentie Orkest.