Uit Delftsche Courant, juni 2004, door Rien Frölich
Met een Beethoven programma nam dirigent Carl Brainich dit weekeinde op waardige wijze afscheid van het Delfts Symfonie Orkest. In de bijna vijf jaar dat hij het heeft geleid - hij trad aan in oktober 1999 - heeft hij het orkest een flinke stap vooruit geholpen. Hij bracht legendarische uitvoeringen op zijn naam. In - een greep - de Arlesienne Suites van Bizet, het Adagietto uit de Vijfde symfonie van Mahler en de Serenade voor 13 blazers en Vier letzte Lieder van Richard Strauss inspireerde hij het, te spelen als een volwaardig symfonieorkest, met een uitstekende strijkers- en blazerssectie.
Dit concert sloot aan op een ander hoogtepunt: zijn doorwrochte uitvoering van de Negende symfonie van Beethoven. Zaterdagavond in de Hofkerk en zondagmiddag in de Arnold Schoenbergzaal van het Koninklijk Conservatorium liet hij nogmaals zijn liefde voor Beethoven blijken in de Ouverture Leonore 3, het Vijfde pianoconcert en de Vijfde symfonie. Brainich en Beethoven mochten zaterdag op hun conto schrijven dat zij royaal triomfeerden over het EK voetbal: de zaal was voller dan anders en voor de toen nog voordelige 2-1 had nauwelijks iemand belangstelling.
Het woord 'klank' is de afgelopen vijf jaar het meest gevallen, zei Brainich woensdag in een interview in deze krant. "In het begin hoorde ik nog niet altijd terug wat ik mezelf (op video RF) zag doen".
Nu hoor je veel van waartoe hij het orkest met zijn altijd energieke gebaar verleidt. Het zijn de zalen die de beperkingen opleggen en de grenzen bepalen. De Hofkerk is daarvan., ook qua sfeer, de minst 'muzikale'. Een dirigent kan er veel 'vragen', als hij het krijgt - en Brainich kreeg het - wordt het boven het mezzoforte niet meer dan 'lawaai'. Toch destilleerden we daaruit een gedreven ouverture, met een mooie fluitsolo en een knap gespeeld, goed 'veraf' klinkend trompetsignaal, en een bijzonder fraai Vijfde pianoconcert, dat niet ten onrecht wel een 'symfonie met piano' wordt genoemd. Het werd, met Ivo Janssen als vooral technisch briljant solist, een gedenkwaardige uitvoering in voortvarende tempi, waarin dirigent en orkest voluit konden gaan. Sonoriteit en dynamiek waren de steekwoorden, met rijkdom aan klank in het langzame deel en een briljant en sprankelend rondo allegro, ook van het orkest. Lof voor alle soloblazers, de hoorns voorop, maar vooral voor het orkest als geheel.
Solohoboďst Bert Walvoort was, als extraatje, solist in een gedeeltelijk teruggevonden, maar vooral gereconstrueerd Largo uit een verder verdwenen hoboconcert. Dat Beethoven aan de reconstructie nog wel het een en ander te corrigeren zou hebben gehad doet niets af aan de fraaie wijze waarop Walvoort de solopartij vertolkte.
Voor wat orkest en dirigent in de Vijfde symfonie vermochten moest worden gewacht tot zondag. In de tamelijk droge Schoenbergzaal werd men geconfronteerd met het tegenovergestelde probleem: een ruimte die juist veel energie vraagt. Toen het orkest dat eenmaal besefte klonk er een 'Vijfde', die met veel fraai werk van de strijkers (celli en contrabassen!), hoorns, hobo en andere obligate instrumenten en het voltallige koper, zowel demonisch als feestelijk was: een waardig afscheid. Ook Brainich's opvolger, Peter Gaasterland, was onder de indruk. Wat kun je meer willen?