Brahms: Hongaarse Dansen

Remco Mostert

Brahms heeft het imago van een bloedserieuze componist, maar hij haalde absoluut zijn neus niet op voor de populaire genres, al beoefende hij die zelf niet. Al op jonge leeftijd speelde hij, gedwongen door de armoede thuis, piano in de zeemanskroegen van zijn geboortestad Hamburg, en daar zal geen hoogdravende muziek geklonken hebben. Gedurende zijn gehele leven was hij zoals zo veel componisten uit zijn tijd geïnteresseerd in volksmuziek. En in zijn latere leven was hij een goede vriend en bewonderaar van Johann Strauss junior, de kampioen van de lichte muziek in die tijd. In zijn eigen werk vormen de Hongaarse Dansen een brug tussen zijn zeer serieuze symfonische muziek en de lichte hopsa-muziek van Strauss en Co. De dansen werden al tijdens Brahms' leven enorm populair en droegen niet weinig bij aan de riante financiële situatie die hij uiteindelijk wist te bereiken. Ook tegenwoordig zijn ze nog populair, hoewel ze lang niet allemaal even bekend zijn.

In de jaren na 1848 moet Brahms voor het eerst in aanraking zijn gekomen met de muziek uit Hongarije. Nadat er in dat jaar in dat land een opstand bloedig was neergeslagen ontvluchtten vele Hongaren het land. Een deel daarvan streek neer in Hamburg, vaak als tussenstation voor een emigratie naar de Verenigde Staten. In 1850 ontmoette Brahms daar de Hongaarse vioolvirtuoos Ede Remenyi, en drie jaar later besloten ze om als duo een concertreis te ondernemen door Duitsland. Hoewel hun samenwerking geen lang leven was beschoren, moet Brahms toen intensief in contact zijn gekomen met de Hongaarse muziek. De Hongaarse Dansen zijn de eigen composities van Brahms die het meeste aan deze invloed te danken hebben. Maar misschien gaat de invloed wel verder, en zijn trekjes die je in heel zijn werk tegen komt (zoals zijn eigenzinnige omgang met maat en ritme) daarop terug te voeren.

De Hongaarse Dansen werden in 1869 gepubliceerd in hun oorspronkelijke versie voor piano vierhandig. In deze vorm waren ze uitermate geschikt om door amateurs in de huiselijke sfeer te worden gespeeld. Het succes was zo groot dat Brahms zelf een aantal dansen bewerkte voor piano solo en voor symfonieorkest. Uiteindelijk zijn er orkestversies gekomen van alle dansen, door verschillende bewerkers (o.a. Antonin Dvorak) gemaakt. Latere arrangeurs hebben de dansen bewerkt voor nog vele andere instrumentale combinaties.
De vraag in hoeverre de Hongaarse Dansen bewerkingen zijn of composities is lastig te beantwoorden. Het is zeker dat de dansen voor het merendeel gebaseerd zijn op thema's die niet van Brahms zijn. Anders dan men zou denken komen deze thema's doorgaans niet uit de volksmuziek, maar zijn ze gecomponeerd door met name aanwijsbare componisten, in Hongaarse stijl. Toen de Hongaarse Dansen populair werden beschuldigde een van deze componisten Brahms zelfs van diefstal en plagiaat! Maar Brahms zelf was er altijd eerlijk over dat hij thema's had geleend: het waren zijn uitgevers die hadden gesuggereerd dat hij de enige auteur was.
Men kan de nodige vraagtekens zetten bij het Hongaarse karakter van de Hongaarse Dansen. Zeker als je ze vergelijkt met muziek die door Hongaarse componisten zelf is geschreven, en helemaal vergeleken met de "boerenmuziek" die Bartok en Kodaly in de 20e eeuw uit de binnenlanden van Hongarije opdiepten. Het is Hongarije gezien door een, overigens zeer respectvolle, Duitse bril. Desalnietemin zijn het zeer aantrekkelijke stukken die door de meesterhand van Brahms volkomen terecht hun plaats op de concertprogramma's hebben behouden.