Beethoven: Ouverture "Corialan"


Remco Mostert

Beethoven componeerde in 1807 de ouverture “Corialan” als toneelmuziek bij het gelijknamige toneelstuk van de Oostenrijkse schrijver Heinrich Joseph von Collin. Von Collin ontleende op zijn beurt de geschiedenis aan Titus Livius, de antieke Romeinse geschiedschrijver die in zijn werk Ab urbe condita de vroegste historie van de stad Rome beschrijft.

Gnaeus Marcius Coriolanus was een Romeinse generaal die aan het begin van de vijfde eeuw voor Christus een succesvolle oorlog had gevoerd tegen de Volsci, een buurvolk van de Romeinen. Hoewel hij daardoor roem en eer had verworven, maakte hij daarna vele vijanden onder zijn eigen volk door zich als patriciër te verzetten tegen meer democratie. Hij werd beschuldigd van machtsmisbruik en uit de stad verbannen. Uit wraak liep hij vervolgens over naar de Volsci, zijn voormalige vijanden, en trok met hen op tegen de Romeinen. Toen de Romeinen inzagen dat hun kansen hopeloos waren, stuurden ze de moeder, de echtgenote en de kinderen van Coriolanus naar hem toe, die hem smeekten om de stad te sparen. Bewogen door het appél van met name zijn moeder op zijn plichten tegenover het vaderland ziet Coriolanus af van de aanval, maar pleegt daardoor opnieuw verraad, nu tegen de Volsci. In het verhaal van Von Collin ziet Coriolanus geen andere uitweg uit het dilemma dan door zelfmoord te plegen (in de antieke versie van het verhaal wordt hij vermoord door de Volsci).

De Ouverture van Beethoven, geschreven tijdens de zogenaamde “heroïsche” middenperiode in het werk van de componist, heeft uitdrukking aan de tegenstrijdige gevoelens van Coriolanus. Enerzijds is er de kracht en vastbeslotenheid naar buiten toe, zoals die tot uitdrukking komt in de harde slagen waarmee het stuk opent. Aan de andere kant wijst de onrust in de muziek die volgt op de innerlijke spanningen van de hoofdpersoon. Het meer gevoelige tweede thema van de ouverture verbeeldt het smeken van de Romeinse vrouwen. Na veel strijd komt de  ouverture, zo agressief begonnen, aan het einde tot rust en gaat uit als een nachtkaars: de held sterft.