Remco Mostert
Van de duisternis naar het licht: zo zou je het verloop van de
Vijfde symfonie van Tsjaikovski kunnen omschrijven. Net als de Vierde
symfonie maakt de Vijfde gebruik van een terugkerend thema, het
zogenaamde motto. Tsjaikovski ontleende dit thema aan de opera
“Een leven voor de tsaar” van Glinka, en de woorden
die
erop gezongen worden luiden: “wordt niet bedroefd”.
Het
thema opent de symfonie en keert in alle delen terug, al is het soms
maar heel even. In het begin staat het in mineur, maar aan het begin
van het laatste deel is het getransformeerd naar een majestueuze
majeur-versie. Daarmee is de symbolische betekenis van het motto
waarheid geworden.
Of er inderdaad een programma - een onderliggend verhaal waarnaar de
muziek verwijst - ten grondslag ligt aan deze symfonie is niet helemaal
duidelijk. Aanvankelijk had Tsjaikovski in een brief een programma voor
het eerste deel uiteen gezet. Dit luidde:
“Introductie. Totale onderworpenheid aan het noodlot, of, wat
het
hetzelfde is, de onnaspeurbare wegen van de Voorzienigheid.
Allegro. 1) Gemompel, twijfels, klachten, verwijten tegen XXX. 2) Moet
ik mezelf in de armen van het geloof werpen?
Een prachtig programma, als het maar gerealiseerd kan worden.”
Men neemt vaak aan dat Tsjaikovski met
“XXX” zijn
homoseksuele gevoelens bedoelde, waarmee hij niet in het reine kon
komen. Als de diepere betekenis van de symfonie daar inderdaad iets mee
te maken heeft, dan hoopte hij waarschijnlijk dat hij die gevoelens kon
overwinnen. Later ontkende hij overigens weer dat de symfonie een
onderliggend programma heeft, en gezien de grote wijzigingen die hij in
de loop van het componeerproces in de symfonie aanbracht is dat niet
onmogelijk. Niettemin is het grappig dat de Vijfde symfonie van
Beethoven een soortgelijk programma kent: daar klopt het noodlot aan de
deur in het eerste deel, maar eindigt het laatste deel in triomf.
De mening van Tsjaikovski zelf over zijn geesteskind was nogal
wisselend. Hoewel hij er uiteindelijk wel tevreden over was, waren er
momenten geweest dat hij dacht dat hij er niets van gebakken had. Het
scheppingsproces van de symfonie was sowieso nogal moeizaam geweest. De
componist klaagde herhaaldelijk over gebrek aan inspiratie, wat weer
leidde tot allerlei twijfels over zijn muzikale vermogens. Critici
waren niet altijd even positief, met name over het laatste deel, dat
bij onzorgvuldige uitvoering al snel bombastisch en onecht gaat
klinken. De reactie van het publiek was echter enthousiast, en
Tsjaikovski raakte uiteindelijk overtuigd van de waarde van de
symfonie. Hoewel tegenwoordig enigszins overschaduwd door de Zesde
symfonie, is het stuk altijd populair gebleven, en met reden. Ook voor
het orkest is het een uitdagende symfonie om te spelen, met prachtige
soli voor met name hobo, klarinet en fagot, en in het tweede deel een
van de mooiste hoornsolo’s in het symfonische repertoire.