Johan Wagenaar: Ouverture “Cyrano de Bergerac”

Remco Mostert

Johan Wagenaar was in de eerste helft van de twintigste eeuw een van de meest invloedrijke musici van Nederland. Aanvankelijk was hij vooral actief in Utrecht, waar hij verschillende sleutelfuncties in het muziekleven bekleedde: organist van de Domkerk, directeur van de muziekschool en dirigent van het Toonkunstkoor. Later ging hij naar Den Haag, waar hij tot 1937 directeur van het Conservatorium was. Daar was hij betrokken bij de opleiding van een nieuwe generatie componisten, waaronder Willem Pijper en Alexander Voormolen. Verder bekleedde hij bestuurlijke functies bij auteursrechtenorganisatie BUMA en het Genootschap van Nederlandse Componisten.
Als componist was Wagenaar vooral een bekwaam vakman, die geen revolutionaire wegen insloeg maar wiens vitaliteit en humor toch een eigen element toevoegen. Daardoor heeft hij lange tijd minder aandacht gekregen van critici dan “vooruitstrevende” Nederlandse componisten als Willem Pijper en Matthijs Vermeulen. De kansen lijken echter gekeerd, want zijn de ouverture “Cyrano de Bergerac” is inmiddels een favoriet programmaonderdeel van Nederlandse orkesten tijdens buitenlandse tournees.

Wagenaar liet zich voor deze concertouverture inspireren door het personage Cyrano de Bergerac uit het gelijknamige toneelstuk van Edmond Rostand uit 1897, dat zeer losjes is gebaseerd op de historische persoon Savien Cyrano de Bergerac, een 17e-eeuwse schrijver van sciencefiction romans. Cyrano is een dappere musketier en een groot dichter, die één groot nadeel heeft: hij heeft een enorme neus en denkt daardoor dat hij voor vrouwen onaantrekkelijk is. Hij is verliefd op zijn nichtje Roxane, maar zij is op haar beurt verliefd op Cyrano’s knappe maar leeghoofdige strijdmakker Christian. Edelmoedig als hij is helpt Cyrano Christian, die niet erg taalvaardig is, met het schrijven van liefdesbrieven aan Roxane. Doordat hij al zijn eigen gevoelens daarin legt worden deze zeer gewaardeerd door Roxane, die denkt dat Christian al deze prachtige woorden heeft geschreven. Op een zeker moment sterft Christian in de strijd en de rouwende Roxane trekt zich terug in een klooster, nog steeds in de veronderstelling dat ze het innerlijk van Christian via diens brieven heeft leren kennen. Daar wordt ze door de trouwe Cyrano nog regelmatig bezocht. Vijanden van Cyrano plegen echter een aanslag op hem waardoor hij zwaar gewond raakt. Wanneer hij Roxane een laatste keer bezoekt vraagt hij of hij de laatste brief van Christian, die Roxane altijd bij zich draagt, nog een keer mag lezen. Wanneer hij vervolgens de brief uit zijn hoofd opzegt, begrijpt ze eindelijk hoe de vork in de steel zit. Hij zegt nog een laatste gedicht op en sterft.

In de ouverture heeft Wagenaar geprobeerd om verschillende karaktertrekken van de hoofdpersoon weer te geven: heldenmoed, liefde, trouw, vrolijkheid, humor, ridderlijkheid en satire. Eigenlijk is het een symfonisch gedicht in mini-formaat, een muzikale uitbeelding van niet-muzikale zaken.